Dit is een onderwijsproject van Het Utrechts Archief over de Utrechtse stadsgeschiedenis voor de bovenbouw van het middelbaar onderwijs. Aan de hand van eigen onderzoek, archiefstukken en boeken wordt de historische kern van de legende van Trijn van Leemput onderzocht.

Ontwikkeling: Buro1896, Utrecht.

Het Utrechts Archief:
A. Numankade199-201
3572 KW Utrecht
tel. 030-2866611
openingstijden:
ma: gesloten
di., woe. en vrij.: 9 tot 17.00 uur
don: 9 tot 21.00 uur
za: 9 tot 12.30 uur
NB. Op donderdagavond en zaterdagochtend is er beperkte dienstverlening op de studiezaal van Het Utrechts Archief. Er kunnen dan alleen boeken en archiefstukken worden ingezien die van tevoren gereserveerd zijn. Er is dan dus geen hulp voor het zoeken naar archiefstukken en boeken.

Vakgebieden:
Geschiedenis
CKV /Architectuurgeschiedenis

Opdrachten:
Er zijn acht deelopdrachten en een slotopdracht. De deelopdrachten kunnen afzonderlijk worden gemaakt. Het maken van de slotopdracht is echter alleen mogelijk als vrijwel alle deelopdrachten zijn afgerond.
Natuurlijk kan het uitvoeren van de deelopdrachten worden verdeeld. Voor de slotopdracht kun je dan ook de resultaten van anderen gebruiken.
Opdracht 6 is bestemd voor degenen die zelf onderzoek willen doen en is niet echt nodig om de slotopdracht te kunnen maken.

Je gebruikt:
Archiefstukken uit het Utrechts Archief. Voor een deel zijn de benodigde stukken hier opgenomen. Voor deelopdracht 6 is het nodig zelf in het archief naar stukken op zoek te gaan.

Je bezoekt:
De binnenstad van Utrecht.

Achtergrondinformatie:
Op cd-rom:

  • Bakker, G & J.C. de Rode, CD-DOM, 2000 jaar Domplein in Utrecht, Spectrum, Utrecht, 2000.

Vooral onder de knop 1580 is informatie over de periode te vinden die hier aan de orde is.
Voor het gebruik van de CD-DOM in onderwijsinstellingen is geen onderwijslicentie nodig. Er kan worden volstaan met de aanschaf van één exemplaar per school.

In boekvorm:

  • Geschiedenis van de provincie Utrecht van 1528 tot 1780, Stichtse Historische Reeks, Utrecht 1997 (de belangrijkste hoofdstukken zijn opgenomen op de CD-DOM onder de knop bibliotheek, van waaruit je de teksten kunt printen en kopiëren in je computer).
  • De Bruin, R.E. e.a., Twintig eeuwen Utrecht, korte geschiedenis van de stad, SPOU en Het Utrechts Archief, Utrecht 1999.
  • Hoekstra, T., Vredenburg; de bouw van en het leven op een zestiende eeuwse citadel (1529-1532), In: G. Bakker en Tarq Hoekstra, Het Stenen Geheugen, 25 jaar archeologie en bouwhistorie in Utrecht, Centraal Museum Utrecht, 1997.

Het eerstgenoemde boek is een uitvoerige beschrijving van de geschiedenis van de stad en de provincie Utrecht. Er is ook een deel over de periode vóór 1528 en een deel over de periode na 1780.
Het tweede boek is een beknopt overzicht van de geschiedenis van de stad Utrecht.
Het laatstgenoemde boek is een zeer gedetailleerd verslag van de bouw van kasteel Vredenburg (voor geen van de opdrachten overigens echt noodzakelijk, meer voor de echte liefhebber).

Te raadplegen informatie bij de verschillende deelopdrachten:
Bij de verschillende deelopdrachten is aangegeven waar de specifieke informatie gevonden kan worden.
De cd-rom en de boeken zijn te vinden in zowel Het Utrechts Archief als de Gemeentebibliotheek Beide instellingen hebben een uitgebreide verzameling literatuur over de stadsgeschiedenis van Utrecht.

De legende van Trijn van Leemput


Catrijn (Trijn) van Leemput ( ? - 1607).
Anoniem schilderij uit de 17de eeuw, particulier bezit.

Trijn van de Leemput werd onsterfelijk vanwege haar verzetsdaden tegen de Spaanse bezetters van Utrecht in het begin van de Tachtigjarige Oorlog.
Volgens de legende, opgetekend onder meer door Joh. Van Beverwijk in Van den Uutnementheyt des Vrouwelicken Geslachts, Dordrecht 1643 was haar eerste verzetsdaad weliswaar heldhaftig, maar nog niet echt opzienbarend. Ze zou twee Spaanjaarden, ‘tot haren huyse geherberght, aldaer (gelijkckse onuytsprekelicke moetwilligheyt door de geheele stadt bedreven ) eenigh gewelt wilden doen, sy den eenen van een hooge trap schopten, den anderen onder de voet smeet, ende haren voet op sijn borst settende, een groot mes trock uyt de scheyde, die op haer sijde hing, ende daermede den Spaengjaert dreyghde den beck te vegen. Die genoegh te doen hadde, om genade te roepen, en had noyt geweten dat het soo benauwt was onder een vrouw te leggen’ (blz. 24).
Later was haar woede tegen de Spanjaarden kennelijk zo fel opgelaaid, dat ze een grote groep vrouwen om zich heen verzamelde en optrok tegen de dwangburcht Vredenburg waar de Spaanse bezetter was gelegerd. Ze zou: (…) het kasteel Vredenburg met een ijzere hamer opgeslagen (hebben), manhaftig ingenomen, afgebroken en de Spanjaarts verjagt’. (Abraham Ferwerda, Nederlands geslacht-, stam- en wapenboek, Amsterdam, 1785.)
Dit soort legendes nemen we over het algemeen niet al te serieus, maar toch hebben ze vaak een historische kern. Om de historische kern van de legende van Trijn van Leemput te achterhalen, kun je in Het Utrechts Archief gaan uitzoeken wat er uit die tijd is bewaard gebleven. Anderen hebben overigens al veel onderzoek in de Utrechtse archieven gedaan. De resultaten hiervan vind je in vele boeken en tijdschriften over de stadsgeschiedenis. Deze staan in de Gemeentebibliotheek aan de Oudegracht en natuurlijk ook in Het Utrechts Archief (zie voor de openingstijden hiernaast).

We gaan op zoek naar de antwoorden op de volgende vragen:


De Spaanse tijd in Utrecht


Charter met zegel van keizer Karel V, 1533, Archief van de Staten van Utrecht Landsheerlijke Tijd, inv. nr. 270-4

De geschiedschrijving van Nederland leert, dat de Spaanse keizer Karel V (1500-1558) in 1528 het Sticht Utrecht bij zijn wereldrijk inlijfde.
Hiermee kwam een eind aan de eeuwenoude wereldlijke macht van de bisschoppen van Utrecht. Deze was gevestigd in 795, toen de Frankische vorst Pippijn II grondgebied schonk aan de eerste aartsbisschop van Utrecht, Willibrord. Dit gebied omvatte zo ongeveer het tegenwoordige Domplein in het centrum van de stad. De bisschoppen van Utrecht wisten hun grondgebied in de loop van de eeuwen sterk uit te breiden. Toen Karel V in 1528 de macht overnam, omvatte het Sticht Utrecht de tegenwoordige provincies Utrecht, Drenthe en Overijssel, en de stad Groningen.
De bisschop was dus na 1528 geen wereldlijk vorst meer, maar behield wel de geestelijke macht over het bisdom Utrecht. Ook deze geestelijke macht werd echter ondermijnd. De Hervorming, een protestbeweging tegen de gang van zaken binnen de katholieke kerk, kreeg steeds meer aanhangers.
Karel V probeerde als katholiek vorst de Reformatie met geweld te bestrijden. De landvoogdes, zijn zuster Maria van Hongarije, voerde echter de plakkaten die Karel V tegen de katholieken uitvaardigde niet al te streng uit. Er wordt zelfs beweerd dat ze in het geheim met de Hervorming sympathiseerde.

Deelopdracht 1

Op de CD-DOM vind je informatie over de tijd van de Spaanse overheersing in Utrecht onder de knop 1517 en 1580. Zie vooral de afdeling bibliotheek. De teksten (en ook veel van de afbeeldingen op de CD-DOM) kun je printen en in je computer kopiëren.
De informatie is ook te vinden in: Geschiedenis van de provincie Utrecht van 1528 tot 1780, Stichtse Historische Reeks, Utrecht 1997.
Een zeer overzichtelijk, beknopt boekje is: De Bruin, R. E. e.a., Twintig eeuwen Utrecht, korte geschiedenis van de stad, SPOU en Het Utrechts Archief, Utrecht 1999.


De blijde intocht van Karel V in de stad Utrecht in 1540


Hubert Cailleau, ca. 1526 – ? (werkzaam tot 1576). Optocht bij de Blijde Inkomst van Karel V te Valenciennes in 1540.

Terwijl hij al in 1528 de heerschappij over Utrecht kreeg, hield Karel V zijn Blijde Inkomst in Utrecht pas van 14 tot 19 augustus 1540. De vorst hield dergelijke intochten in de belangrijkste steden van zijn rijk. Voor deze luisterrijke intochten liep de hele bevolking van de stad en van ver daarbuiten te hoop. Een Blijde Inkomst was een feest, maar vooral ook een politieke gebeurtenis. De landsheer bekrachtigde tijdens de Blijde Inkomst de privileges van de stad en beloofde bescherming in oorlogssituaties. De stad zwoer trouw aan de vorst, zegde nakoming toe van de financiële en andere stedelijke verplichtingen en overhandigde aan de vorst de sleutels van de poorten van de stad als symbool van zijn macht.

Karel V in keizersornaat en met de keten van het Gulden Vlies, kroon, zwaard en rijksappel, toegeschreven aan Rijk Hendriksz. Van Beest, ca. 1540-1550. Het beeld is afkomstig uit het huis Oudegracht 120 te Utrecht en kan als versiering aan het pand zijn aangebracht tijdens het tweede bezoek van Karel V aan Utrecht rond de jaarwisseling van 1545/1546. Het beeld staat nu in het Centraal Museum in Utrecht.

Niet alleen de keizerlijke stoet vertoonde veel pracht en praal, maar ook de stad was uitbundig voor de gelegenheid versierd met triomfbogen en beelden die de macht van de keizer weerspiegelden. De versieringen werden vaak door belangrijke kunstenaars gemaakt (in Utrecht bijvoorbeeld door Jan van Scorel), maar van weinig duurzaam materiaal. De feestversiering is dan ook vrijwel altijd verloren gegaan.

De zeer hoge kosten van de Blijde Inkomst waren voor rekening van de stad; in het Utrechts Archief wordt bijvoorbeeld een rekening bewaard van de feestversiering, betaald door de Kamenaar, een soort secretaris /penningmeester van het stadsbestuur. Een deel van de rekening is hieronder afgebeeld.


Rekening van de tweede kameraar van de stad Utrecht
Stadsarchief II, inv. Nr. 634, fol. 52 v. en 53 r.

Op dit deel van de rekening staat:

Den werckluyden die inde weeck van Onsen
Liever Vrouwen geboirte int ondervangen
van de muer by Wittevrauwen Poirt
voirseid ende opte Nuede ende voir
Lichtenberch gemetselt geuppert gesement ende
geplaestert hebben die poirt van triumphe
ende oick die pylres opte bruggen off gebroic
ken sant mitte wagens byde straetmakers
opte Nuede gebuert ende die steen van de
pylres voirseid oick wech gevuert hebben,
betaelt die somme van seven ponden ende
eenen scelling allet vermoegens die verificatie
voirseid van de 23 e rolle. In date den 12en
septembris. Beloipende: vii ponden 1 scelling

Deelopdracht 2

De taal waarin de rekening is gesteld is uiteraard de taal uit de tijd van Karel V. Deze wijkt nogal af van het tegenwoordige Nederlands.


De verdedigingswerken rond de stad met kasteel Vredenburg

Om de stad tegen dreigende aanvallen van Gelderse troepen te verdedigen gaf Karel V al meteen in 1528 opdracht de stad te versterken. De hertog van Gelre had zich destijds namelijk nog lang niet gewonnen gegeven en viel het gebied van Karel V herhaaldelijk aan. Karel V zou in 1543 het hertogdom aan zich weten te onderwerpen, waarmee hij een aaneengesloten gebied in handen kreeg en er een zekere stabiliteit ontstond.
Al meteen in 1528 werden de stadsmuren versterkt. Op centrale plaatsen kwamen bolwerken: Morgenster, Manenburg en Sterrenburg.
In 1529, begon Karel V met de bouw van de burcht Vredenburg. In 1532 was de citadel vrijwel klaar. Op de afgebeelde kaart uit 1572 zijn de stadsmuren met de bolwerken en het kasteel Vredenburg goed te zien.

De stad Utrecht in 1572, ets, collectie beeldmateriaal, TA Ab 31 (recto)

Deelopdracht 3


Vredenburg

Kasteel Vredenburg in 1540, gezicht op het kasteel vanuit het zuiden in vogelvlucht. Ets door C. Dekker, 1656 naar een anoniem schilderij uit ca. 1540, collectie beeldmateriaal, TA DE 15.

Het kasteel Vredenburg is in zeer korte tijd gebouwd. Binnen een jaar kon er al een Spaans garnizoen van ongeveer 60 soldaten in worden ondergebracht. Twee jaar later was het vrijwel afgebouwd. Het fort had een poortje in de stadsmuur. Troepen die in geval van nood voor versterking zouden moeten zorgen hoefden dus niet door de stadmuren de stad binnen te trekken, maar konden rechtsreeks het fort bereiken. Vanaf de torens die op de stad uitkeken had men een fraai uitzicht over de stad, bijvoorbeeld op de Plaats, de latere Stadhuisbrug, waar op last van Karel V het stadhuis werd gevestigd in de huizen Hasenberg, Groot Lichtenberg en klein Lichtenberg.
Het garnizoen was aanvankelijk bij burgers in de stad (verplicht) ingekwartierd geweest, wat voor veel onrust en overlast had gezorgd. De Utrechtse bevolking was bovendien toch al niet bepaald Spaansgezind. Karel V had alle wereldlijke macht ontnomen aan de bisschop en ook de kanunniken, hoge geestelijken, in de stad hadden weinig meer in te brengen. Daarnaast voelden de belangenorganisaties van de verschillende beroepsgroepen, de gilden, en de vertegenwoordigers van het stadsbestuur zich buitenspel gezet.

Plattegrond van het kasteel Vredenburg, samengesteld uit opmetingen en opgravinggegevens. Tek. G Brainich en H. de Graaf.

Deelopdracht 4

Hierboven is vastgesteld, dat Vredenburg deel uitmaakte van de verdedigingswerken rond de stad, gericht tegen vooral aanvallen van de hertog van Gelre. Echter, Vredenburg had ook een andere militaire functie.


Utrecht onder Filips II


Koning Filips II (1527-1598). Borstbeeld van Pompeo Leoni, ca. 1556, aangevuld door Balthasar Moll, ca. 1753.

Als Filips II zijn vader in 1555 opvolgt, voert hij reorganisaties door binnen de kerkelijke organisatie. Tijdens zijn regering zullen de hervormden steeds grimmiger worden vervolgd. De stemming in de Nederlandse gewesten wordt steeds oproeriger. In 1566 leidt dit tot de beeldenstorm, een gewelddadig verzet tegen de katholieke kerk, waarbij de inrichting van veel kerken wordt kort en klein geslagen. De onlusten in de Nederlanden leiden uiteindelijk in 1568 tot het uitbreken van een gewelddadige opstand tegen de Spanjaarden. De strijd tegen Spanje zal 80 jaar duren en later bekend staan als de Tachtigjarige Oorlog. Belangrijke edelen onder aanvoering van Willem van Oranje proberen herhaaldelijk delen van de Nederlanden op de Spanjaarden te heroveren. Ook in de stad Utrecht wordt men opstandig. De bezetting van Vredenburg wordt versterkt, waarbij bewoners van de grote stenen huizen in de buurt van Vredenburg gedwongen worden soldaten in hun huizen op te nemen. In 1579 sluit Utrecht zich bij de Opstand aan door het tekenen van de Unie van Utrecht (zie de CD-DOM onder knop 1580). De gewesten in het tegenwoordige Nederland (ongeveer) komen hierbij overeen de strijd tegen Spanje gemeenschappelijk te gaan voeren.

Deelopdracht 5

De gang van zaken die in Utrecht heeft geleid tot de belegering van Vredenburg is beknopt, beschreven in het laatstgenoemde boekwerkje: Van Hulzen, A., Het Vredenburg Utrecht, Trajectum-Reeks deel 2, Utrecht.


Trijn van Leemput en haar woonhuis aan de Oudegracht

Resultaten van archiefonderzoek naar het leven van Trijn van Leemput zijn onder meer te vinden in een levensbeschrijving door J.G.Riphaagen: Trijn van Leemput (-1607), heldin van de Vredenburg, in: Utrechtse Biografieën 1, Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Utrechters, Boom e.a., Utrecht, z.j., blz. 97-101.
Hieronder volgt een korte samenvatting.


Beeld van Trijn van Leemput, Pieter d’Hont, 1955.

Rond 1530 wordt Catrijn geboren, dochter van Willem Claesz. van Voorn en Geertruyt. Waarschijnlijk dichtbij Utrecht, als onderdaan van de toen 30-jarige Spaanse keizer Karel V.
Als tienjarig kind zal ze de Blijde Inkomst van Karel V hebben gezien, waarvoor de bevolking van heinde en verre toestroomde. Ze trouwt met de brouwer Jan Jabob van Leemput.
In 1555, het jaar dat Karel V troonsafstand doet ten gunste van zijn zoon Filips II, koopt Catrijn Willem Claeszoensdr., samen met haar man, een groot stenen huis aan de Oudegracht, nu nummer 17. Ze hebben dan al een tweejarig dochtertje, Digna. In 1558 wordt hun zoon Adam geboren en neemt Jan van zijn zwager een brouwerij over, ook aan de Oudegracht. In 1562 krijgen ze nog een dochter, Catharina.
Rond 1575 horen de Van Leemputters tot de aanzienlijke families van de stad. Zakelijk gaat het Jan goed: zijn bier wordt tot buiten de stadsmuren getapt, hij verwerft het bovenste deel van het bolwerk Morgenster ten westen van de Weerdpoort in erfpacht en hij bezit meerdere panden. Ook bestuurlijk speelt hij tijdens het begin van de Tachtigjarige Oorlog een tamelijk belangrijke rol. Zo is hij deken van het Brouwersgilde en vanaf 1673 hopman (aanvoerder) van één van de burgervendels (een soort bewakingsdienst) van de stad. In oktober 1577 maakt hij deel uit van een deputatie die namens de Staten van Utrecht in Brussel de ondertekening van de zogenaamde Satisfactie bijwoont. De Prins van Oranje aanvaardt daarbij (opnieuw) het stadhouderschap over Utrecht. Vanaf 1578 is Jan schepen (een soort gemeenteraadslid) van de stad.

De familie is aanvankelijk katholiek, zoals iedereen in die dagen. Catrijn en Jan zullen met hun drie kinderen de mis hebben bijgewoond in de St. Jacobskerk, vlak bij hun huis. Omstreeks 1575 wordt Hubert Duifuis daar pastoor. Deze populaire prediker wordt zelf protestant, maar wil een vreedzaam naast elkaar bestaan van de geloofsrichtingen. Ook Catrijn en haar man zijn in de loop van hun leven overgegaan op het nieuwe geloof. Jan Jacob sterft in 1590. Catrijn in 1607. Ze wordt begraven in de Domkerk, na de Reformatie de kerk voor de protestantse Utrechtse elite, waarschijnlijk in het schip van de kerk.
Dit deel van de kerk zal instorten tijdens een tornado die in 1674 over de Utrechtse binnenstad raast. Na deze ramp luidt men ongetwijfeld dezelfde klok als bij de begrafenis van Catrijn, de St. Salvatorklok, de rouwklok van de Domkerk die nog altijd in de Domtoren hangt. Op de CD-DOM kun je deze klok horen onder de knop 1674.

Deelopdracht 6

De bovenstaande levensbeschrijving van Trijn van Leemput is gebaseerd op onderzoek van anderen. We gaan nu zelf onderzoek doen.
Resultaten van archiefonderzoek worden vaak aangevuld door andere soorten historisch onderzoek, bijvoorbeeld bouwhistorisch onderzoek (onderzoek naar de geschiedenis van een gebouw in het oude gebouw zelf), archeologisch onderzoek (onderzoek naar sporen van vroegere bewoning in de bodem – het bodemarchief) of onderzoek naar oude afbeeldingen. Door de resultaten te combineren ontstaat dan een beeld van het verleden.
In dit onderzoek combineren we archiefonderzoek met resultaten van bouwhistorisch onderzoek.

Beschildering op een balk in het trappenhuis van Oudegracht 17 met jaartalaanduiding 1616. Overtekening Bart Klück.


Het beleg en de afbraak van Vredenburg

Het beleg van Vredenburg

Beleg van kasteel Vredenburg in 1577. Gezicht in vogelvlucht op het kasteel met een gedeelte van de stad. Ets, collectie beeldmateriaal, HA Q 77.6.

In november 1576 richt de commandant van Vredenburg, D’Avila, de kanonnen van Vredenburg dreigend op de stad, als reactie op de ondertekening door de Staten van Utrecht van de Pacificatie van Gent. Dit is een verbond tussen de meeste van de 15 Nederlandse gewesten die nog trouw zijn aan Filips II (ook Utrecht) en Holland en Zeeland (die de vorst hebben afgezworen). Het streven is de vrede in de Nederlanden te herstellen door de Spaanse troepen uit de Nederlanden te verdrijven. De 15 gewesten buiten Holland en Zeeland (dus ook Utrecht), blijven overigens Filips II nog als hun vorst erkennen.

De hopmannen van de acht burgervendels van de stad plaatsen als antwoord op de dreiging vanuit het kasteel enkele kanonnen op de torens van kerken rond de Vredenburg en op enkele hoge huizen. Utrechtse burgers, bijgestaan door Duitse huursoldaten lopen wacht bij het kasteel om te voorkomen dat de Spaanse soldaten de stad in zullen trekken. Op 21 december doen de Spaanse soldaten een uitval: ze drijven de wachters uiteen en stichten brand in de stad. De Spanjaarden worden echter in het kasteel terug gedreven en de Utrechtse burgers nemen het kasteel vanaf de torens onder vuur. Ze worden daarop vanaf het kasteel echter zo hevig beschoten, dat ze in allerijl een goed heenkomen moeten zoeken. Op 22 december stichten de Spaanse soldaten opnieuw brand in de stad. De Utrechtse burgers krijgen steun uit Holland. Bossu komt naar Utrecht om de leiding van het beleg op zich te nemen. De Spaanse soldaten wagen geen uitval meer, maar het kanonvuur vanuit Vredenburg richt in de stad grote schade aan. De burgers zetten Bossu onder druk het kasteel te bestormen. Dit gebeurt echter niet. Bossu vindt dat er niet genoeg munitie in de stad aanwezig is om een bres in het kasteel te kunnen staan. Bovendien wil hij geen aanval wagen op een regiment beroepssoldaten met vooral burgers. De belegering sleept zich dus - tegen de zin van de Utrechtse burgers - voort. De situatie op het kasteel verslechtert snel; vooral de brandstofvoorraad raakt op en de soldaten gaan morren vanwege het uitblijven van betaling van de soldij. Op 7 februari laat D’Avila weten dat hij wil onderhandelen en op 9 februari wordt overeengekomen dat hij met het garnizoen uit de stad zal vertrekken. Het geschut en de kanonskogels blijven in het kasteel achter, maar de soldaten mogen hun wapens meenemen. Op 11 februari verlaat het garnizoen mèt vrouwen en kinderen het kasteel.

Deelopdracht 7

De afbraak van Vredenburg

Als het Spaanse garnizoen de stad verlaat, laten de Spanjaarden kasteel Vredenburg vrijwel intact achter, compleet met kanonnen en munitie. Als je nu gaat kijken op de plaats waar Vredenburg stond volgens de hierboven opgenomen 16de eeuwse kaart, is er van het kasteel zo op het eerste gezicht echter niets meer over. Toch laat de geschiedenis in de stad meestal sporen na.

Deelopdracht 8

Gedeelte van de rekening van de kameraar van de stad Utrecht van de verkoop van het huis, de torens, het meubilair en andere goederen van het kasteel Vredenburg, 1577.
Archief van de Staten van Utrecht landsheerlijke tijd, inv. Nr. 60, fol. 5 r.

Op het bovenstaande archiefstuk staat:

Philippo de nave soldaet upt casteel
heeft gecoft het lootsken daer hij in woendt
met het lootsken daer besyden aen tot den
gront toe voor vijftien gulden, facit xv Libra (gulden)


Slotopdracht:

Het doel van dit alles was te bekijken wat de historische kern zou kunnen zijn van de legende over Trijn van de Leemput.
De volgende vragen zijn daartoe nu beantwoord:


Handtekening van Trijn van Leemput.


Educatief programma - cd-dom